vrijdag 31 januari 2020

Brexit

“De EU heeft in dit spel dus de beste kaarten.” Dat is de zin waarmee Trouw haar artikel van de hand van Rob van Wijk over de Brexit van harte aanbeveelt.

Meneer De Wijk schreef al veel meer over de Brexit en over wat de burgers van Europa op het spel zetten door uit de EU te stappen, over stuurloze maatschappijen en een verpulverend midden. 

Nu de Brexit een feit is moeten de onderhandelaren van de EU aan de bak en volgens De Wijk hebben zij de betere kaarten in handen. Het stukje van De Wijk bevestigd opnieuw wat de goede verstaanders al tijden wisten; achter het voortdurende geklets over veiligheid en stabiliteit, gaat de realiteit schuil. De EU (voorheen EEG, voorheen EGKS) was, is en blijft al sinds haar oprichting een economische model, waarbij de burgers Europa-wijd slechts pionnen (lees = arbeidskrachten en consumenten) zijn in het economische machtsspel. 

Theoretisch gesproken, zou er economisch niets hoeven veranderen in de relatie die het VK heeft met de EU. De zelfde economische afspraken zouden ongewijzigd kunnen blijven bestaan. Maar dat moet je dan wel willen, en dat wil de EU niet. Zoals De Wijk het zegt, “Omdat de EU geen vrijhandelswalhalla voor de Europese kust wil, moeten de Britten zich schikken.”
Met andere woorden, de onderhandelingen zullen gestuurd worden door de EU-behoefte, het VK wel even te laten voelen wie er hier de baas is. Jij mag alleen economisch meeprofiteren van de EU, als Brussel de baas mag spelen in jouw land. En dat is precies waar landen met voldoende gevoel voor soevereiniteit een hekel aan hebben.

Gebukt onder het angstbeeld dat hun land economisch buiten de pot pist, laten nationale regeringen zich alle waanzin van Brussel welgevallen. Behalve het VK ! De Brexit benadrukt de angst van de resterende EU-landen, die bij monde van Guy Verhofstadt, met stoere taal zowel hun eigen angst voor het uiteenvallen van de EU probeert te overschreeuwen, als de EU-burgers wijs te maken dat niet het VK maar Brussel de dienst uitmaakt. 

Het is nog maar de vraag of het VK zo beroerd uit de onderhandelingen zal komen, en of het VK als (voormalig) grootste nettobetaler financieel beroerder af is met de Brexit, de tijd zal het ons leren, maar waar De Wijk en de zijnen steeds aan voorbij gaan, zijn al de niet-economische redenen om de EU uit te willen, waarbij bijvoorbeeld de immigratiepolitiek geen onbelangrijke is.

Miljarden, miljarden en nog eens miljarden kostende plannen zoals de Greendeal of een Europees leger dat vanuit Duitsland en Frankrijk steeds harder op de Brusselse achterdeur staat te kloppen en het bijna geruisloos maar gestaag wegdruppelen van de nationale soevereiniteit naar het afvoerputje in Brussel, dat te kunnen voorkomen zou mij een lieve duit waard zijn, en de Britten klaarblijkelijk ook. 

Dat de Brexit, door de opstelling van de EU economisch gezien niet zonder slag of stoot zal gaan, is wel duidelijk, en dat ook de Britten hun banken moeten redden wanneer de ECB door het onverantwoorde spitroeden lopen van Dragi en Lagarde ten aanzien van de steeds lager rentepercentages een volgende krach veroorzaken, maar verder zullen de Britten veel meer winnen dan verliezen. Al is het maar hun soevereiniteit en hun geloofwaardigheid. 



vrijdag 24 januari 2020

Schelden doet geen pijn

Zolang de mensheid bestaat, probeert de mens, angstig en onzeker van nature, zich een stabiele plaats in zijn samenleving te verwerven, teneinde zijn angst te temperen en zijn zoektocht naar geluk te kunnen aanvangen. Hierbij zal de mens zaken die hij niet (her-)kent primair proberen te ontwijken of negeren. Als negeren of ontwijken geen opties zijn, worden begrijpelijke verklaringen gezocht en wanneer deze niet worden gevonden, kan (bij-)geloof uitkomst bieden.

Na de gruwwelen van WO II, begon een periode van ongeveer zes decennia waarin door toenemende politieke stabiliteit die hand in hand ging met een groeiende welvaart. Van angst en onzekerheid leek nauwelijks nog spraken te zijn, de tolerantie, die gelijke tred hield met een groeiend gevoel van welzijn, groeide in Nederland, rond de millenniumwisseling zelfs uit tot “gedogen”. 

En toen kwam de Bankencrisis. Deze crisis deelde op globale schaal een gevoelige klap uit aan het idee dat de wereld alsmaar stabieler werd en dat de economie, snel of langzaam, altijd groeit. Daar waar dat voor de oudste generaties geen verrassing was, leidde het besef dat welvaart - met in haar kielzog geluk - en stabiliteit niet vanzelfsprekend zijn, bij de jongste generaties tot onzekerheid en soms zelfs angst.

De wereldwijd (financiële) chaos, waarin de bankencrisis de wereld dreigde mee te sleuren, moest bezworen worden. Voor regeringen wereldwijd[1] betekende dat, het cout que cout redden van de banken, het aanjagen van de economie en het beteugelen van eventuele instabiliteit. 
Voor de burgers was dit het begin van een nog immer durende periode van, financiële offers brengen, inleveren van koopkracht en de inperking van vrijheid door overheden, onder het excuus dat juist die vrijheid moet worden gewaarborgd. 

Deze, voor velen blijkbaar complexe, nieuwe realiteit heeft als een steen in een vijver, het oppervlak van de samenleving in beroering gebracht, de golven lijken nog niet tot rust te komen. Een veelheid van ontwikkelingen vraagt om maatschappelijke (her-)positionering, nieuwe ankerpunten, hetgeen door veel mensen slechts wordt teruggebracht tot het eenvoudige verschil van goed en kwaad, of zo u wilt, voor en tegen. Een afweging die vooreerst stoelt op de eigen (verslechterende) financiële situatie, en vervolgens emotioneel wordt afgerond op basis van de mening van de groep waarvoor men affiniteit voelt. Nauwelijks op kennis.

Het ontbreken van kennis c.q. van ter zake doende argumenten, weerhoudt overigens weinig mensen van het geven van commentaar. Het tegendeel lijkt eerder waar; daar waar de minst onderlegden zich overwegend uitleven in een infantiel welles-nietes, flagrante ongenuanceerdheid of hun angst en onzekerheid overschreeuwend, met schofferingen, klonten even angstige en onzekere intellectuelen bij elkaar en geven uiting aan hun ongenoegen, door bijvoorbeeld een andersdenkende een wandeling langs de snelweg te gunnen. Men mag daar niets van zeggen, omdat de andersdenkende in kwestie ooit zijn vriendin op de snelweg uit de auto heeft gezet. 

Terwijl in Den Haag, Brussel en op het VN-hoofdkwartier, de New World Order in progress is, mag het volk op Twitter en Facebook - in de EU onder regie van Brussels - hun ongenoegen uiten, ervan overtuigd dat dit een steen verlegt in de rivier. 
Veel mensen en groepen die zich onvoldoende gerepresenteerd voelen, zien in de nieuwe realiteit een mogelijkheid om zich een representatieve plaats in de samenleving te verwerven, om opgemerkt te worden; NOTICE ME ! Doe iets spraakmakends, en laat dat op Youtube, Twitter of Facebook weten en als je geen white mail supremacist bent, heb je grote kans dat je ’s avonds bij Matthijs aan tafel zit. Vanaf dat moment heb je exposure, en mag meedoen met het infantiele circus van BN’ers op de Nederlandse treurbuis.

Wanneer dit leidt tot overexposure, komt “de voordien neutrale toeschouwer” in het geweer, zich onzeker afvragend of hij door de ruimte die hij aan anderen laat – aan feministes voor wie gelijkheid inmiddels niet vergenoeg meer gaat, en menen het op letterlijke alle gebied zonder mannen te kunnen stellen, en vrouwen die dat onzin vinden of geen carrière wensen, als verraders van “de feministische kwestie” beschouwen, aan transgenders die niet voldoende zeggen te hebben aan een dames- of herentoilet, aan dames die aparte zwemtijden zonder mannen willen, aan allerhande niet-hetero’s die voor meer acceptatie steeds vaker in extremen lijken te vervallen, aan gelovigen die hun oproep tot gebed vanaf de minaret willen laten schallen - niet zelf in het gedrang komt. 


Waar de Engelse menen dat offence is taken, not given, zegt de Nederlander, schelden doet geen pijn, maar wie doet is een zwijn. Op basis daarvan zou niemand, hoe angstig en onzeker ook, zich gekwetst hoeven voelen door om het even welke uitspraak. 
Echter blijkt - met name in kringen waar men de emotionele lading belangrijker vindt dan de boodschap - gekwetstheid in toenemende mate een geaccepteerde voedingsbodem te zijn voor non-argumentatie, waarmee men discussies meent te kunnen beslechten. Dat dit bij de tegenpartij eerder leidt tot onbegrip, groeiende weerstand en zelfs tot scheldpartijen, lijkt van geen belang.
Er zijn veel meer voorbeelden te noemen dan, het willen verbieden van Zwartepiet omdat “een handjevol mensen” zich gekwetst voelt, of het moreel verplicht zijn de Greendeal uit te voeren, alleen al om de klimaatangst van jongeren te temperen, maar iedere keer als aan dit soort eisen wordt toegegeven wordt de ratio verder in het nauw gedreven, kalft de democratie verder af en valt de samenleving verder ten prooi aan de emotionele terreur van het slachtofferschap.



[1] *Over de toenemende (knellende) invloed van de EU zal ik hier niet uitwijden.

maandag 30 december 2019

Vrijheid van Meningsuiting (VvMU)

Vindt u Obelix dik ?

Zou u hem dat zeggen ? 

Het antwoord op de eerste vraag is een mening. Het moge duidelijk zijn dat in onze heersende westerse ethiek het antwoord overwegend bevestigend zal zijn, maar wees ervan overtuigd dat er mensen zijn, die het daar niet mee eens zijn. 

Het antwoord op de tweede vraag hangt primair af van de overweging; wat is het nut om tegen Obelix te zeggen dat hij dik is ?

Wanneer je de zwaarlijvigheid van Obelix ziet als een verhoogd gezondheidsrisico, is het dan je plicht hem daarop te wijzen en ligt dat anders, wanneer je vindt dat zijn zwaarlijvigheid een gevolg is van zijn onbeheerst consumptiegedrag ? 
Misschien heeft hij een ziekte/aandiening die hem zwaarlijvig maakt ?
Zou je je mond houden, omdat je bang ben Obelix te kwetsen ?

Laten we voorop stellen dat je je mening niet HOEFT te geven, maar dat neemt niet weg dat je je mening wel MAG geven, want Vrijheid van meningsuiting betekent dat je alles, ECHT ALLES, mag zeggen wat je vindt.

In onze hyper sensibele maatschappij van vandaag, waarin het wachten is op de eerste baby die bij de geboorte al zal zijn voorzien van een valhelmpje met veiligheidsbril, ellenboog-  en kniebeschermers, werkhandschoenen en veiligheidsschoenen, staat de vrijheid van meningsuiting onder druk.
Die druk komt met name van de artikelen 137c en 137d uit het Wetboek van Strafrecht (WvS) - die belediging van groepen mensen en het aanzetten tot haat, discriminatie en geweld tegen zulke groepen strafbaar stellen - en de interpretatie die mensen, meer specifiek rechters, daaraan geven.

NGO’s en de MSM zijn tegenwoordig constant bezig de mening van de massa te sturen, en waar dat niet lukt proberen politici - in Nederland én de EU - de (onwelgevallige) meningsuiting aan banden te leggen, en maken aldus (de beperking van) de Vrijheid van Meningsuiting tot een politiek instrument.

Deze toenemende politieke sturing en onderdrukking van de mening in “westerse democratieën”, meer specifiek binnen de EU, neemt inmiddels zorgelijke vormen aan. 
Bestuurders, zowel in Nederland als in Brussel, (te) vol van hun eigen gelijk, schijnen te geloven dat het volk nog immer dom genoeg is om de bijna onmerkbare overgang naar een democratuur op te merken, terwijl zij hun sturing en onderdrukking aan hen die nog tegensputteren, uitgeleggen als een maatregel ter bescherming van die zogenaamde vrijheid !

Beperken van de vrijheid van meningsuiting is onbespreekbaar, iedereen die daar voor pleit, heeft iets te verbergen.

Het politiek sturen en onderdrukken van meningen in een land is een dictatoriale dwang waarvan men in een echte democratie nog immer schande van zou moeten spreken. Indien dat al het geval is, dient te worden geconstateerd dat de heftigheid van de veroordeling, niets te maken heeft met oprecht fatsoen, maar vooral afhangt van economische c.q. politieke belangen.

Mijn zoon zei ooit; “het maakt niet uit wat ze zeggen, het is waar of het is niet waar”. Ik hoefde daar maar kort over na te denken, maar daar is alles mee gezegd.


zaterdag 14 december 2019

Een communist, een dromer of een visionair; een gedachte-experiment.

Sinds jaar en dag probeer ik mensen uit hun vaak beperkte denkraam (box ?) te gooien, onder andere door ze met utopische (?) ideeën te bestoken. Hoe kleiner het denkraam, des te groter de oppositie en tevens bloemrijker mijn typering, waarvan dromer, communist of ecoloog de meest vriendelijke zijn.

Wat mij betreft is het hele idee ter zake werken en daarvoor geld verdienen zijn doel ver voorbijgeschoten. Het idee dat geld een “beloning” is voor je uitgevoerde werk is als uitgangspunt al verkeerd. Geld is een ruilmiddel, bedacht om te voorzien in een leemte welke ontstond op het moment dat een mens een dienst verleende, welke niet tegen een verlangde wederdienst kon worden uitgewisseld, ervan uitgaande dat deze dienst niet onverschuldigd werd verleend.

Geld is tegenwoordig doel, in plaats van middel.
Slechts een handje vol mensen wordt slapend rijk en al lijkt stelen (met name onder politici ?) in toenemende mate populair te worden, voor de meeste hardwerkende consumenten is werken vaak de enige manier om dat geld te verzamelen en zelfs dan verdienen ze (in het Rijke Westen), doorgaans meer dan zij voor hun primaire levensbehoeften (primair volgens Maslov, niet volgens henzelf !) nodig hebben.

Het verbaast mij dan ook hogelijk, dat mijn opmerking dat mensen niet voor hun plezier werken, altijd een stortvloed van tegenwerpingen oplevert. Het duurt meestal even voor ik kan verduidelijken dat “met plezier werken” niet hetzelfde is als “voor je plezier werken”. De kans dat het gros van de hardwerkende consumenten stopt met werken als er geen salaris meer tegenover staat, is derhalve niet denkbeeldig.
Het heersende, maar volgens mij ernstig verouderde arbeidsethos “wie niet werkt, zal ook niet eten”, houdt de hardwerkende consument op de been, en maakt tegelijkertijd dat hij zich misprijzend uitlaat over werkelozen (uitkeringstrekkers !). “Voor wat hoort wat”, dus als je niet werkt, ook geen geld (basisinkomen). Men schijnt te vergeten dat artikel 23 van de UVRM gaat over het recht op werk, niet de plicht !

Terwijl “financiële markten” de winsten steeds afromen, maken “politici” de hardwerkende consument wijs dat deze nog harder moeten werken in banen die er niet altijd zijn. Tegelijkertijd lukt het de “marketinggoeroe’s” nog steeds om met weer nieuwe modellen smart-phones, tabletten of andere hebbedingetjes, de hardwerkende consument het geld uit de zak te kloppen. Alle drie onder het motto, de Economische Groei moet bevorderd worden !

De huidige - internationale/globale - maatschappij houdt met schier toenemend fanatisme (rücksichtslos ?) vast aan het economische - kapitalistische - model zoals dat tegenwoordig in veel landen wordt toegepast. Het model is gebaseerd op het idee dat je met hard werk veel geld verdient en met dat toenemende geld, steeds meer kan besteden. Voor de instandhouding van dit model is echter “een constante (lees = oneindige) economische groei” noodzakelijk. En zie daar de - nog immer onuitgesproken – onvermijdelijke feilbaarheid van het model ! Op basis van economische wetmatigheden, zoals “het grensnut” zal op enige moment het aanbod de vraag overstijgen of indien dit eerder het geval is, zullen grondstoffen schaarser worden of zelfs opraken, waardoor groei structureel afneemt en uiteindelijk stopt. Optimisten maken zichzelf wijs dat je steeds kunt blijven innoveren en echte dromers blijven vertrouwen op een (tijdige ?) 'technische oplossing'. Punt blijft dat met de huidige stand van zaken, oneindige groei onmogelijk is !

Dat is niet alleen voor de meeste politici, CEO’s, bankiers en niet te vergeten alle beurshandelaren, “vloeken in de kerk”, want wat hen betreft geldt; Après nous la déluge !

Indien de hardwerkende consument er al enige gedachten over zou hebben, dan zal voor hem het idee, (noodzakelijker wijs) een ander - nieuw en globaal - economisch model te moeten kiezen nog copernicaanser zijn, dan het idee van een basisinkomen, dat naast zaken als herverdeling van arbeid (voor hen die dat wensen) in een dergelijk nieuw model eveneens gemeend goed zou moeten zijn. 

Ik zal het hier voorlopig bij laten, want voor mijn gedachte-experiment “het afschaffen van geld” is het waarschijnlijk nog iets te vroeg ?



donderdag 12 december 2019

De waanzin regeert.


De waanzin regeert, hetzij in mijn eigen hoofd, hetzij in de politiek, hetzij in de maatschappij. 

Ik moet me dagelijks afvragen of ik niet steeds verder van de realiteit afdrijf, of de realiteit van mij. Pubers die gezamenlijk iemand in elkaar slaan, of gezamenlijk op rooftocht gaan, gesubsidieerde moordadviezen aan kinderen door moslims, een treitervlogger die zegt zich te hebben bekeerd en smalend lacht om zijn ooit door de rechter verlangde maar o zo ongemeende excuus, een gemeenteraadslid met een aandachtstoornis, dat zich bedreigt voelt door zwartepieten, waarop twaalf man, oeps ! Twaalf mens van de toch al overbelaste hoofdstedelijke politie komt opdagen, de inmiddels (schijnbaar ?) dagelijkse steekpartijen of de bijna even zo frequente politici in opspraak. Ben ik de enige die dat abnormaal blijft vinden ?

De regering, onze inmiddels nationale farce majeur, met premier Pinokkio (iemand die als hij van de economische voorspoed van Nederland spreekt, niet schijnt te begrijpen dat je kunt verdrinken in water van gemiddeld één centimeter diep) aan het hoofd, heeft geen tijd zich dingen af te vragen, druk als hij/zij is met vliegen, liegen en bedriegen. Er lijkt in Den Haag - om over Brussel maar niet te spreken ! - eerder sprake van een wedstrijd; “wie kan zich met de minste inspanning, in de korts mogelijke tijd, het meest verrijken, over de rug van de belastingbetaler”, dan van regeren. En dat bijna kamerbreed. 

De politieke correctheid is van de politiek, waar hij verdwenen lijkt, overgeslagen op de deugers. Zij houden daarmee het maatschappelijk debat in een wurggreep. Een discussie kan niet meer worden gevoerd, de minste kritiek wordt door deugers af geserveerd met even politiek correcte als onheuse gemeenplaatsen of dito kwalificaties die vaak betrekking hebben op de periode van Nazi-Duitsland. Ad hominems en andere drogredenen zijn gemeengoed, en daarmee verwijden deze zichzelf als verbinders typerende lieden, voortdurend de kloof met hun criticasters. 

Deugers zijn mensen die te weinig aan zichzelf hebben, zich onvoldoende gezien voelen en zich daarom graag maatschappelijk wensen te manifesteren, de sociale media lopen er van over. Het zijn overwegend wannabe’s die zich opwerpen voor de belangen van andere personen, groepen of denkbeelden, waarbij het van geen enkel belang is dat ze vaak niet namens of in het werkelijke belang van de betrokkene(n) spreken. Het zijn mensen die menen aan de goede kant van de geschiedenis te staan omdat zij de juiste mening hebben, zoals ‘feministes’ die, de mening van de huisvrouwen ten spijt, vinden dat alle vrouwen een glazen plafond moeten doorbreken, behalve als je dat doet op een congres van het Forum voor Democratie. Of BN’ers die allemaal oproepen een asielzoeker in huis te nemen, maar nog steeds hun zolder niet hebben verbouwd. Of mensen die menen dat je om de aarde te redden geen kernenergie mag gebruiken, maar geen probleem hebben met milieuvervuilende wieken van windmolens of accu’s van “groene” auto’s die vol zitten met zware metalen, liever vieze stroom van een bruinkoolcentrale uit het buitenland importeren, dan de schonere stroom uit eigen land gebruiken en gemakshalve de uitstoot van biomassacentrales niet meetellen voor hun carbon footprint. 
Ze worden gedreven door een verlangen zich te manifesteren; Notice me !” Zie mij staan ! Ik ben een individu, mijn mening (hoe dwaas ook) telt ! Mogelijk kiezen zij voor wat zij de maatschappelijke underdogs achten, omdat ze hierin hun eigen marginaliteit herkennen en wellicht geloven zij dat zij met het verheffen van de underdog tegelijk hun eigen marginaliteit kunnen ontstijgen.

Het is niet eens de hoge mate van gepreoccupeerde starheid, maar het hen ontbreken van argumenten, die discussiëren met een deuger onmogelijk maakt.

Deugers verkrampen door hun gedrag meer en meer de maatschappij. Het begon in de tijd dat conferenciers zeiden, uit respect voor moslims, geen grappen meer te willen maken over de profeet. Uiteraard was dit geen willen, maar durven, geen respect maar angst, voor een fatwa. Daarmee was het deughek van de (Amster-) Dam en is het gebruik van het woord respect in de meeste gevallen volledig inhoudsloos, een stopwoordje, geworden.
Onderwerpen die niet per se met elkaar te maken hebben, zijn sindsdien op de grote deug-hoop gegooid en wee degene die hierop kritiek durft te leveren. Deug-politici die zeggen de democratie, de vrijheid en de vrijheid van meningsuiting te willen beschermen, laten geen mogelijkheid ongebruikt, om de deug-gedachten te verheerlijken en tegelijkertijd  kritiek, desnoods met wetgeving, te smoren, hierbij gesteund door de trouwe deug-lakeien van de MSM.

Het welkom dat de nog ongeboren omroepvereniging Ongehoord Nederland momenteel wordt bereid is exemplarisch. Terwijl een loot van het zuiverste democratische water tot wasdom komt, haasten allerlei misofone deugers, de zelfbenoemde beschermers van het wens-kaartenhuis, zich uit hun safe space om de nieuwe omroep, hun medewerkers en hun (al dan niet politieke) aanhangers, te verketteren, te marginaliseren, te breken in de knop, Een betere rechtvaardiging voor de oprichting kun je, dunkt mij, niet bedenken, al moeten we door schijnbaar willekeurig ingrijpen van de minister, misschien nog een jaar wachten om gehoord te worden.   


Laten wij onszelf echter niets wijsmaken. Het is utopisch te hopen dat, ook door brede berichtgeving, er bij een verkiezingen ooit een opkomst van 100% zal zijn, zoals het ook utopisch is te veronderstellen dat ooit 100% van de kiezers zal stemmen op inhoud, maar ik vermoed en ik veronderstel dat de keuze van een deel van de slechts 42% die zegt wel op inhoud te stemmen, anders zal uitvallen, wanneer zij minder eenzijdig wordt geïnformeerd. Ik veronderstel ook dat een deel van de overige 58% ook op inhoud zal gaan stemmen en ik veronderstel zelfs dat een deel van de huidige niet-stemmers, op basis van de keerzijde van de medaille, wel zullen gaan stemmen en dat zal nodig zijn als we de waanzin willen terugdringen.

Veronderstellen dat je de waanzin ooit geheel uitbant is eveneens utopisch, want steeds wanneer de idealen van wereldverbeteraars vervagen, zij gecorrumpeerd worden door macht en zij hun waan tot dogma’s verheffen, zal de waanzin steeds opnieuw regeren. 




zondag 1 december 2019

Primair Politiek Profileren

Door het ontstaan van nieuwe maatschappelijke en mondiale problemen, leek door het ‘lenen’ van elkaars stokpaardjes de scheidlijn links/rechts in het politieke landschap te vervagen. Nu de claims op de diverse onderwerpen zijn uitgesproken en de standpunten zijn bepaald, is deze lijn weer helemaal terug.
Toen ik onlangs cynisch opmerkte, dat ik door de enorme ruk naar links, waarmee de VVD voorbij het midden is geschoten, zonder te bewegen, verworden ben tot een rechtsextremist, was dat vooral een reactie op de kwalificaties die op Twitter mijn deel waren. Vooral in het “linkse” kamp lijkt “als je niet met ons bent, ben je tegen ons” opgeld te doen en van nuance is geen enkele sprake meer. “Links” bedient zich van wat ik maar noem; primair politiek profileren. Ben je het slechts met één van de onderstaande beweringen niet eens; 

Zwartepiet is racisme,
Trump deugt in geen geval,
Dierenwelzijn mag ondergeschikt zijn als er ritueel geslacht moet worden,
Immigratie is een noodzaak,
De islam heeft niets met terrorisme te maken,
Brussel moet de soevereiniteit van de lidstaten overnemen,
Alle asielzoekers moeten blijven,
Nederland moet van het gas af,
De Nederlandse veestapel moet gehalveerd worden,
Menselijk ingrijpen kan de vermeende opwarming van de aarde beïnvloeden,
Kraken is een plicht,
De azan moet vanaf ieder moskee kunnen schallen,
Daders zijn slachtoffers,
Israël is de agressor,
De belasting moet omhoog om uitkeringen te betalen,
“Minderheden” moet je positief discrimineren,
Er moeten vrouwen- of minderheden-quota gelden,
De islam en homo’s gaan prima samen,
De EU is een must en mag wat kosten,
Het boerka-verbod is vrouwendiscriminatie,
De ombouw naar bio-massa-centrales mag miljarden kosten,
Er is naast de man en de vrouw nog een derde en eventueel een vierde, vijfde en zesde sekse,
De politie moet naar hartenlust kunnen iftaren,
De NOS levert een gebalanceerde, neutrale berichtgeving,
Het is goed dat internationale (EU) verdragen nationale wetgeving buitenspel zetten, 

dan ben je extreemrechts, “de vijand”, is een discussie niet mogelijk en zijn niet-inhoudelijke kwalificaties overwegend je deel. Ene Jaap neigde om “zo’n vies snorretje op het scherm te tekenen”.
Je bent voor “links” naar keuze een racist, een fascist, een klimaatontkenner, een boze witte man, een combinatie van verschillende van de voorgaande mogelijkheden of alles tegelijk.

Mocht u nog twijfelen, ik ben het met alle van de voorgaande beweringen oneens.



maandag 25 november 2019

Kapotmaakbaar.

Het concept “maakbaar” verwijst naar de mogelijkheid dat iets te construeren is. Politiek-sociaal is maakbaarheid het stokpaardje van linkse ideologieën, met name ten aanzien van de samenleving. De gedachte is dat een samenleving door fundamenteel ingrijpen via wetgeving kan worden gewijzigd en aldus gevormd kan worden naar het model van de eigen ideologie. 

In een democratie is het usance dat het maken van deze regels, de wetgeving, door het volk, in het belang van dat volk, wordt overgelaten aan gekozen volksvertegenwoordigers. Zodoende ontstaat een samenleving, die gebaseerd is op de wil van het volk, waarin handhaving (in theorie) overbodig is. 

In Nederland lanceerde begin vorige eeuw de sociaaldemocraat Willem Drees, premier van 1948 tot 1858, zijn versie van de maakbare samenleving. Op het nieuwe drooggelegde land, de IJsselmeerpolders, moesten door de overheid goedgekeurde mensen, op door de overheid bepaalde plaatsen gaan wonen en werken, en zo met een “nieuwe geest”, vrij van tradities, een “nieuwe maatschappij” opbouwen. 
Het bleek voor de Nederlanders te bemoeizuchtig, te betuttelend. Momenteel woont er in de polders slechts 2,3% van de Nederlandse bevolking, waarvan 70 % in Almere en Lelystad.

Eind jaren zestig, begin zeventig blies de sociaal democratische PvdA onder leiding van Joop den Uyl, het idee van de maakbare samenleving nieuw leven in. Dit keer was het doel; nivelleren, samen delen, gelijke kansen, iedereen doet mee. Het klinkt even nobel als rechtvaardig.
In de praktijk betekende de maakbare samenleving vooral extra geld voor het financieren van extra’s voor hen die geacht werden minder kans te hebben dan anderen, uiteraard geheel volgens het socialistische motto, gedragen door de sterkste schouders.

Volgens de sociaal democratische gedacht zou iedereen na een hoog opleidende studie een ruim betaalde baan vinden en nog lang en gelukkig leven. Met groot enthousiasme werden ideeën die “op de tekentafel” van goud leken, en dat in de praktijk ook vaak kostten, over de samenleving uitgestrooid. Het maakbare begon al op de lagere school, een naamgeving die omwille van de nivellering moest veranderen in basisschool. Voor kinderen met leermoeilijkheden werden allerlei “rugzakjes” gefinancierd om hun gelijke kans zo groot mogelijk te maken. Behalve studiebeurzen voor jongeren uit minder draagkrachtige gezinnen, werden er eveneens allerhande projecten voor allerhande minderheden opgetuigd en gefinancierd, van jonge meisjes die een technische opleiding moesten volgen tot mensen met een migratieachtergrond die begeleiding en buurthuizen nodig hadden.

Vragen naar resultaten werd niet op prijs gesteld, het was/is de intentie die telt. De cultuur van commissies instellen, vergaderen, doelen stellen, evalueren, rapporteren, vergaderen, doelen bijstellen, opnieuw evalueren en zo voort, werd usance, evenals het laten meepraten van economisch belanghebbende die mede het (sociale) beleid mochten/mogen sturen. Vergelijkbaar is het “meepraten” van de suiker-producerende bedrijven zoals Coca Cola bij het JOGG, als het gaat over het vaststellen van targets (doelstellingen) die obesitas bij jongeren moet voorkomen. Na 20 jaar heel veel geld en heel veel, doelen stellen, evalueren, rapporteren, vergaderen, doelen bijstellen en opnieuw evalueren, is nagenoeg niets bereikt en toch vindt huidig staatssecretaris Paul Blokhuis nog steeds dat hij goed bezig is.

Een van de grotere maakbare dieptepunten bleek de met veel tamtam in de door Amsterdam geannexeerde gemeenten Weesperkaspel uit de grond gestampte tuinwijk Bijlmermeer. Niet de “geplande” toestroom van jonge Nederlandse gezinnen kwam op gang, maar die van de kansarmen uit de samenleving, waaronder veel mensen uit het toen net onafhankelijk geworden Suriname. Het werd de grootste probleem wijk van het land. 
Jarenlang is, met schier onuitputtelijke budgeten, geprobeerd deze planologische miskleun, met “maakbare doekjes voor het bloeden” te bagatelliseren, totdat ten langen leste iemand durfde te roepen dat de keizer in zijn blote kont liep. 
In de jaren negentig werd begonnen met een ongeveer twintig jaar durende sanering/renovatie van de wijk. 
Op 6 flatgebouwen na, werd de rest gesloopt of van hun de bovenste etages ontdaan, waarmee het aantal woningen van 13.000 naar 6.000 terugliep en de demografische druk afnam. Tevens werden, om de sociale controle in de wijk te verbeteren, de wegen die op dijken rond de flats waren aangelegd, tot maaiveldhoogte verlaagd en het complete omliggende landschap werd opnieuw ingericht. Misplaatste trots of voortgezette waanzin, de mensheid zal blijvend worden herinnert aan deze dwaling. De zes eerdergenoemde flatgebouwen met hun omliggende openbare ruimte, blijven in hun oorspronkelijke staat behouden, en gaan (voorlopig ?) verder onder de naam Het Bijlmer Museum. Zij hebben de twijfelachtig eer tot gemeentelijk beschermd stadgezicht te zijn verklaard…


Men zou toch denken, dat in de tijd die verstreken is sinds het idee van de maakbare samenleving door de realiteit werd ingehaald, de scheefgroei of zo u wilt, de excessen die daarvoor en daardoor zijn ontstaan, inmiddels zouden zijn verdwenen.

Niets is minder waar.

De kinderen van de maakbare generatie zijn inmiddels opgegroeid en velen van hen hebben (als gevolg van hun gepamerde opvoeding ?) de maakbaarheid uit hun rugzakje, tot levensvisie verheven. Ze zijn in veel gevallen, doch niet slechts, terug te vinden aan de non-profit zijde van de maatschappij; in de politiek, het onderwijs, NGO’s, de sociale-, publieke- en kunstsector. Men vindt ze echter ook tussen rechters, artiesten en mensen die zich onder het journaille scharen en verder houdt een aantal zich, veelal gesubsidieerd, bezig met mij onduidelijke en/of onzinnige maar voor hen blijkbaar verheven doelen. 

Maakbaarheids-denkers zijn overwegend geen ondernemers maar zijn, al vinden zij het kapitalisme een afkeurenswaardig systeem, voor het voorzien in hun levensonderhoud en/of voor de uitoefening van hun werkzaamheden, in veel gevallen wel afhankelijk van het geld dat dit systeem genereert.
Terwijl de rest van de maatschappij het geld verdient, strooien voornoemde mensen 24/7 hun invloed uit over de jeugd van tegenwoordig, gedreven door het motto, dat de emotionele lading belangrijker is dan de boodschap !

Die emotionele lading behelst, dat in de massa ieder individu belangrijk en welkom is. Er is altijd geld en ruimte voor jou en zelfs voor jouw (opmerkelijke) ideeën beschikbaar, een tegenprestatie wordt niet verlangt, jij bent ten slotte niet fit for life. Jij bent een slachtoffer van je niet genoten opvoeding, zeker als je de taal niet spreekt, ook wanneer je niet bent opgeleid en ook als jij je door opgelopen trauma’s uit je jeugd, of vanwege jouw afwijkende cultuur, niet kan aanpassen.

Zolang er voldoende geld beschikbaar leek, de comfort zone van de mensen in de samenleving er niet door werd aangetast en demagogische bestuurders de plooien in het weefsel van het volk nog konden gladstrijken, bleef oppositie tegen het maakbaarheidsprincipe beperkt.  
Nu blijkt dat steeds meer mensen problemen ondervinden met de bruuske wijze waarop bestuurders de samenleving in Nederland - en elders in Europa – naar hun ideologie wensen om te vormen, neemt het gemor bijna dagelijks toe.

Actuele problemen zoals de massa-immigratie worden steeds nijpender, en niet alleen op het gebied van huisvesting. Het argument dat migratie iets van alle tijden is, is niet valabel. Migraties die in het verleden uiteindelijk hebben geleid tot een wijziging van de bevolkingssamenstelling, waren nimmer het gevolg van bewust politiek beleid, nimmer zo omvangrijk en voltrokken zich nimmer in een zo korte tijdspanne. Daarbij waren deze migranten vast van plan te assimileren in de ontvangende samenleving.

Door de enorme omvang en snelheid van de huidige immigratie, waardoor de samenleving wordt verplicht allerlei vreemde tradities in sneltrein vaart te accepteren en tegelijkertijd eigen tradities ziet ondersneeuwen c.q. dient op te geven, raakt de autochtone bevolking cultureel ontheemd. 

Mede door het ondertekenen van internationale verdragen, is de soevereiniteit van de landen van de EU nagenoeg ongemerkt aan Brussel overgedragen. Daarmee heeft ook Nederland zich, schijnbaar met volle overgave, overgeleverd aan het huidige maakbare EU-beleid, dat in plaats van door realiteitszin, van gewicht wordt voorzien door het wensdenken van de Agenda 21, het VN-plan voor mondiale herinrichting. 
Wanneer men hier de toenemende gekochte, ergo ondemocratische invloeden van zelfbenoemde wereldbestuurders bij optelt, is het niet verwonderlijk dat de draagriemen van dit beleid waarmee de grenzen van de maakbaarheid zijn bereikt en hier en daar al zijn overschreden, in menig schouder beginnen te schuren. 

Steeds vaker zien huidige bestuurders in binnen- en buitenland, dat het draagvlak voor hun beleid begint afbrokkelen, en terwijl de groupies van de maakbaarheid, nog tierend te hoop lopen tegen democratisch gekozen volksvertegenwoordigers van landen als bijvoorbeeld Polen en Hongarije, worden in kringen van bestuurders elders in de EU nu ook de eerste kritische geluiden hoorbaar, waarbij dient te worden opgemerkt dat de kans groot is, dat het hier slechts een politieke afleidingsmanoeuvre ten behoeve van het groeiende aantal steeds (EU-)kritisch-wordende kiezers betreft.


Met name gezien het moorddadige op treden van de Franse president tegen de Gillets Jaunes, lijkt de hoop, dat behalve in de Nederlandse politiek, ook in Brussel, vooral bij EU-die hards als Merkel en Macron op korte termijn enige realiteitszin ontstaat, utopisch, terwijl het toch niet langer denkbeeldig is, dat achter uw rug om, de wereldwijd opgedrongen maakbaarheid van de wensdenkers, inmiddels al meer kapot heeft gemaakt dan u lief is.