woensdag 13 januari 2021

Een symbolische daad…

Zo noemde Marietje Schaake het verwijderen van het account van Donald Trump door ‘de grootste haatmegafoon van het laatste decennium’, zoals zij Twitter noemt. Marietje, en velen anderen met haar, leken er niet rouwig om.

 

Onbegrijpelijk ! 

 

Als het ergens een symbool van is, dan is dat slechts van de onderwerping van het journaille, waarvan sprake is sinds het zwaartepunt van de journalistiek is opgeschoven van berichtgeving naar dweperig politiek activisme. De meerderheid doet zelfs geen poging meer dat te verbloemen, sterker nog niet weinig zijn er openlijk trots op. 

 

De Godwins (verwijzingen naar nazi-Duitsland) in de columns als reacties op Trump en Baudet of wie er ook als rechts-extremist wordt weggezet, zijn tegenwoordig ook op social media gemeengoed. Ze klinken op beide plaatsen net zo hard als het gejuich over de beperkingen die de (in hun ogen) rechts-extremisten worden opgelegd.

 

De kritiekloze instemming is niet alleen onbegrijpelijk, het is ook eng. Alleen omdat het deze keer in de lijn van hun visie ligt, gaat men ook nu weer voorbij aan het feit dat een handjevol rijke ongekozen eenlingen (?) de dienst uitmaken in plaats van gekozen volksvertegenwoordigers, die we - behalve in het geval van Rutte ? - iedere vier jaar weg kunnen wegstemmen. 

 

En hoelang duurt je euforie nog, wanneer deze beperkingen zich op enig moment ook tegen jou keren ?

 

 

Van gelijke monniken, gelijke kappen is al tijden geen sprake meer. Democratie is tegenwoordig selectief voorbehouden aan Deugers, die in veel gevallen de antifascisten blijken te zijn waar de Joods-Nederlandse historicus Jacques Presser naar verwees[1].

Critici, in de demagogische volksmond Rechts-extremisten, Wappies of Complotisten genoemd, zijn inmiddels van hun democratie uitgesloten, zij dienen zich te onderwerpen aan het journalistieke mainstream oordeel, in naam van het gezamenlijk c.q. algemeen belang.

 

Journalisten zouden ‘de wachters van de democratie’ zijn, maar steeds vaker is er, afhankelijk van de situatie, of sprake van selecte verontwaardiging, of juist van gedogen en instemming. 

Baudet, die enkele keer dat hij wordt uitgenodigd, hoeft maar adem te halen of hij wordt al onderbroken, terwijl een Ghanese oproerkraaier keer op keer een podium krijgt en wegkomt met de meest bedenkelijke strapatsen…?  

 

 

De realisatie dat als Rutte maar half zo heftig zou zijn veroordeeld op zijn merites als Trump op de zijne, Nederland nooit een tweede kabinet Rutte zou hebben gekend. Laten de journalisten, ‘de wachters van de democratie’ daar eens over nadenken. 

 

Iedere ‘journalist’ die de twitterban van Trump, met in haar kielzog het verwijderen van Parler van de Amazon servers door meneer Bezos en het onbereikbaar maken van de Parler-app door Apple en Google, niet ondubbelzinnig veroordeelt is die titel niet waard.

 

Zij tonen dezelfde gelatenheid waarover predikant Martin Niemöller sprak[2] met betrekking tot de stapsgewijze eliminatie van doelwitten door de nazi’s.

 

Ik verzoek hierbij iedere journalist op te staan tegen censuur. En doe je het niet voor mij, doe het dan ten minste voor jezelf ! 

 



[1] https://pallieterke.net/2016/04/als-de-fascisten-terugkeren/

[2]https://nl.wikipedia.org/wiki/Toen_de_nazi's_de_communisten_arresteerden 

dinsdag 5 januari 2021

D66-stemmers. Wat zijn dat voor mensen ?

Door die vraag te beantwoorden maak ik mij misschien schuldig aan hetzelfde generaliserende gedrag dat - overigens niet alleen - veel D66-stemmers betonen, wanneer zij iemand met een voor hun afwijkende mening, ongeacht het onderwerp, menen te moeten typeren als FVD- of PVV-stemmer, of gemakshalve als rechtsextremist, een typering waarmee veel stemmers op linkse partijen, gerekend vanaf de VVD, de discussie blokkeren nog voor deze zou kunnen beginnen.

 

Desalniettemin ben ik, puttend uit mijn ervaring, van oordeel dat D66-stemmers de saaiste mensen zijn die je in het politieke spectrum kunt vinden. Het zijn overwegend mensen of kinderen van mensen die menen zich niet alleen economisch maar ook intellectueel, uit de arbeidersklasse van de jaren 70 en 80, te hebben ontworsteld en hun leven doorgaans al als geslaagd oordelen, nog voor ze 40 jaar oud zijn. 

 

Aan hun politieke stellingname (stokpaardjes) lijkt ongeveer net zoveel kritische overweging vooraf te gaan, als aan het kiezen van hun hond - vaak een blonde of Golden Retriever, een hond die weinig blaft en zich snel aanpast - niettemin voelen zij zich geestelijk verlicht en zelfbewust. 

 

Verzadigd door hun huisje, boompje, beestje, reiken zij in gelukzalige overmoed naar de volgende etage in de piramide van Maslov.

Met de persoonlijkheid van een reclameacteur nemen zij, onder het motto ‘de wereld verandert’ zonder moeite afstand van hun geschiedenis en tradities. Zij geven consent in ruil voor mentale bevrediging. 

Begripvol voor de marginale noden van mentale armoedzaaiers, maar vervreemd van de realiteit, hijsen zij schier onzelfzuchtig allerhande minderheden op podia en geven hen vervolgens genereus hun consent, zoals de paternalistische rijkaard schijnbaar achteloos zijn nietige aalmoes schenkt aan de bedelaar.

 

De D66-stemmer is de eerste die klaar staat om zijn vrijheid in te leveren voor het gevoel van veiligheid, hij offert daar zonder blikken of blozen het referendum voor op - wat weten domme en extreemrechte mensen of Wappies er nou van ? - en levert zich met graagte over aan Unie van Europese Deelstaten, momenteel nog bekend onder de naam EU.

 

De D66-stemmer is overwegend een egotistische wensdenker met oogkleppen op, die naar voren vlucht, zonder de keerzijde van de medaille te willen zien. Zijn enige geluk is dat wanneer hij ooit overmoedig in volle vaart het ravijn in rent, hij een efemeer moment kan genieten van vrijheid, omdat hij nooit enige notie zal hebben van wat hem heeft geraakt, wanneer hij op de bodem te pletter slaat. 



zaterdag 26 december 2020

Beter slechtziend, dan blindvarend

Alleen samen overwinnen wij Rutte !

Ik las het essay van Bas Heijne, over de Nederlandse corona-aanpak van ‘lean & mean’ grootgrutter Mark. Bas concludeert dat het is misgegaan door het ontbreken van een door Rutte zo verafschuwde visie. Bas spreekt over de improvisatie, dat is een eufemisme is voor ‘het bij gebrek aan kennis, aanmodderen naar bevind van zaken’, kortom incompetentie. Ten overvloede herinnert Bas ons er fijntjes aan dat we niet door geniën worden geregeerd. 
Eveneens wijst Bas op het afschuiven van verantwoordelijkheid door de premier, of zoals Rutte het zelf zei; “we laten het over aan de zorgregio’s”. 
Het was blijkbaar vooral Hugo de Jonge die onder de indruk was van de “immense crisis”, logisch als je het verorberen van de decennialang beproefde frikadel vergelijkt met het inspuiten van een hapsnap gefabriceerd en niet noemenswaardig getest vaccin. 
 
We zijn nu ongeveer een jaar verder sinds corona wereldwijd de leidraad werd voor politiekbeleid en nog steeds is er geen duidelijkheid over het virus, zoals over de dodelijkheid ervan. Je kunt vragen wat je wil, antwoorden krijg je van niemand.
 
Je kunt als premier wel vinden dat je geen visie nodig hebt, gezien de enorme invloed op ons dagelijks leven, zou dat met betrekking tot corona wel praktisch geweest zijn. 
 
Intussen springt Mark alweer 10 jaar van de puinhoop naar puinhoop - zelf noemt hij zijn puinhopen; ‘het enkele dorre blaadje tussen al het lover’ – en krijgt hij met name ten aanzien van het afschalen van de zorg enerzijds en het ‘je moet als burger je eigen kloten vasthouden’ anderzijds, zijn beleid als een boemerang in het gezicht. 
Maar Mark lacht en sorry’t zich er manhaftig doorheen. Mark is een kei als het gaat om Gordiaanse beleidsstructuren; verdeel de verantwoordelijkheid over zoveel mogelijk schijven en als het mis gaat, kunnen ze allemaal naar elkaar wijzen, en mocht een parlementaire enquête uiteindelijk een slachtoffer eisen, wat per dag minder waarschijnlijk lijkt, dan kan altijd Binnenhofnar Hugo nog onder de bus.
 
Opmerkelijk. 
 
Bas wekt in zijn essay de indruk dat we ‘allemaal samen’ met de bladblazer de dorre blaadjes van het ongeorganiseerde corona-beleid, die Mark het afgelopen jaar op ons pad heeft achtergelaten, moeten wegblazen en ondanks Marks gebrek aan empathie[1]maar moeten vasthouden aan diens incompetente improvisatie om ‘de crisis’ te leiden, ook al hangt de smerige rook van het (voorlopig) laatste dorre blaadje, de toeslagenaffaire, nog als pestilentie in de lucht...




[1] voetnoot toegevoegd naar aanleiding van de uitspraak van Mark Rutte toegevoegd; "U kunt ons niet meer wegsturen, als kabinet. Dus strikt genomen hebben we nu meer macht dan vóór vorige week vrijdag." 


 









maandag 7 december 2020

Mentaal Imperialisme

"Liefdadigheid is de werkdadige beoefening der naastenliefde jegens den naaste, die in stoffelijke nood verkeert" of in modern Nederlands; het helpen van mensen die het slecht hebben.

Liefdadigheid heeft eeuwenlang kunnen profiteren van een zeer positieve connotatie, omdat men eeuwenlang in de veronderstelling verkeerde dat liefdadigheid onbaatzuchtig was. Maar hoe onbaatzuchtig is liefdadigheid werkelijk ? 

 

Het is zeker aardig, lief of zoals je tegenwoordig vaak hoort, heel empathisch, dat al die vrijwilligers een aanzienlijk deel van de maatschappij aan de gang houden of dat de organisatie van de voedselbank in Nederland grotendeels in handen is van onbezoldigde mensen, of wat het ook is waar alle Goeden Doelen in Nederland - waarvan er ten minste 50 (!) zich bezighouden met Welzijn - mee bezig zijn. 

 

Volgens het onderzoek Feiten en Cijfers 2018 van Goeden Doelen NL, gehouden onder 158 van de 178 leden die zijn onderverdeeld in de categorieën; Welzijn, GezondheidOnderwijsKunst & cultuurNatuur & milieuDierenReligie & levensbeschouwing en Internationale hulp & mensenrechten, besteedden deze goeden doelen dat jaar gezamenlijk 2,800,000,000 euro ! 

 

Je kan jezelf ter zake afvragen of er iets niet klopt in jouw samenleving, iets niet deugt met (het beleid van) jouw landsbestuur wanneer een mechanisme van liefdadigheid een slecht politiek beleid bestendigt dat liefdadigheid noodzakelijk maakt. 

 

De vraag om Liefdadigheid is gericht op het sentiment (empathie) van mensen. Uitgehongerde zwarte baby’s vullen het beeld en u kunt ze redden als u maar betaalt.

 

Je kan jezelf ter zake afvragen wat er mis is met het (internationaal) gevoerde beleid wanneer er in Afrika, na minstens een halve eeuw ontwikkelingshulp, nog steeds mensen sterven van de honger, door vervuild water of door kinderziekten ? 

 

Voor de mensen in Afrika heeft betalen aan het beoogde ‘goede doel’ klaarblijkelijk geen enkel nut, behalve de beelden van de zieltogende zwarte baby’s, zien we ook regelmatig bootladingen jongemannen die bezig zouden kunnen zijn met het opbouwen van de plaatselijke economie, maar in plaats daarvan met gevaar voor eigenleven en hun mobile telefoon, de Middellandse Zee oversteken. 

 

Zouden al die gulle gevers zich ter zake werkelijk niets afvragen ? Een beetje wel zo lijkt het inmiddels. Met name nu blijkt dat de bestuurders van goeden doelen niet te moeilijk doen over de hoogte van hun eigen vergoedingen en er steeds vaker verhalen de ronde doen over onoorbare gebeurtenissen binnen de organisaties of de ‘hulp’ blijkt te ontaarde in activisme, haken er meer en meer mensen af.

 

Ook naastenliefde, in casu liefdadigheid, wordt gestuurd door opportunisme. De meest illustere voorbeelden zijn de gulle gevers die onder de vlag van liefdadigheid goeie sier maken of politieke invloed kopen. Uiteraard moet je daarvoor wel eerst in de daarvoor noodzakelijke financiële positie komen, door onbeschoft veel geld op te strijken. Dat kan bijvoorbeeld door mensen (te) veel geld te laten betalen voor producten of door te speculeren met hedgefondsen. 

 

Ook voor de ‘gewone man’ is het opportunisme, in diens geval te vergelijken met de eeuwenlang in zwang geweest zijnde aflaten van de Katholieke kerk. Gelovigen konden hun zielenrust terugkopen door een aflaatbrief te kopen, om zodoende vergeving te krijgen voor begane zonden en daarmee de periode die zij na hun dood, ter zuivering van hun ziel, zouden moeten doorbrengen in het vagevuur of de hel alvorens zij het paradijs mochten binnengaan, te verkorten of te voorkomen.

 

Ondanks een sterk afgenomen religiositeit wordt zielenrust nog immer zeer verlangd. 

            

Er is inmiddels een nieuwe vorm van liefdadigheid ontstaan. Deze nieuwe vorm betreft niet het geven van geld of goed, en beoogt ook geen zielenrust, deze liefdadigheid schenkt consent, in ruil voor mentale bevrediging. 

 

Deze gulle gevers zijn mensen die menen dat zij in evenwicht zijn met de wereld zoals zij die zien. In hun ongenaakbaar geachte comfort-zone voelen zij zich zowel economisch als geestelijk bevrijd. Begripvol voor de marginale noden van mentale armoedzaaiers, hijsen zij schier onzelfzuchtig allerhande minderheden op podia en geven hen vervolgens genereus hun consent, zoals de paternalistische rijkaard schijnbaar achteloos zijn nietige aalmoes schenkt aan de bedelaar.

De geestelijke verlichting van deze gulle gevers, die wat hen betreft aan de racisten, wappies, complotdenkers, fascisten of hoe zij mensen met afwijkende en of kritische mening ook noemen, voorbij is gegaan, stelt hen in staat zonder moeite afstand te doen van hun achtergrond en geschiedenis.

De veranderingen die zij de meerderheid opdringen, zoals het verbannen van Negerzoenen, Moorkoppen, Zwarte Pieten, blank en zo voort, dient iedereen te accepteren, omdat, zo is hun argument, de wereld nu eenmaal verandert. Vervolgens zijn zij verbaasd en in sommige gevallen zelfs verontwaardigd over de weeromstuit die hun dwingelandij oproept, en die in haar kielzog steeds frequenter en steeds heftiger als gevolg heeft dat ook voor minder controversiële zaken of ideeën het draagvlak afbrokkelt.  

 

Het ontgaat deze gulle gevers, dat wanneer zij aanmatigend de mening van de meerderheid opzijschuiven, of door shaming de zwijgzaamheid van de meerderheid afdwingen en dat gemakshalve als consent beschouwen, zij zich gedragen als de door hen verafschuwde white supremacists. Door zich zelfgenoegzaam, over de rug van een luidruchtige minderheidop een mentaal voetstuk te plaatsten, maken zij zich schuldig aan het hetzelfde gedrag, dat zij zeggen uit te willen bannen, en reduceren daarmee hun gebruik van ‘wit' in plaats van blank tot een even hovaardigheid als nietszeggend knievalletjes

 

Bewust of onbewust, egotist of useful idiot, een dergelijke opstelling is een ongewenst signaal, met name aan iedere luidruchtige minderheid die zijn gelijk eist, omdat daardoor de indruk wordt gewekt dat er ondanks een democratie, voorbij kan worden gegaan aan het meerderheid-principe, nota bene de belangrijkste pijler waarop de/onze democratie is gestoeld.




zaterdag 4 april 2020

BESCHAVING (een verkenning)


Onderstaand schrijfwerkje is de aanleiding geweest voor het schrijven van  "
De Beschaving (een verkenning)" een essay van 115 bladzijden, waarvan het concept momenteel door proeflezers wordt gelezen. Indien je daarin geïnteresseerd bent, laat het mij dan weten. Stuur dan een verzoek om het concept per email te ontvangen naar 0frah5.mail@gmail.com.


Bij Van Dale kom ik er niet uit. Deugen is; deugdzaam zijn, en deugdzaam is; vol deugd, en deugd is; goed zijn in morele zin. Moreel is gegrond op het innerlijk gevoel van goed en kwaad en derhalve persoonlijk bepaald. 

Mijn interesse in de definitie van deugen volgt op het lezen van het boek van Rutger Bregman met de m.i. wat imperatief aandoende titel “De meeste mensen deugen”.  

Rutger gaat meteen voortvarend op weg. Hij neemt je bij de hand en leidt je vlot langs de bladzijden, de verwachting (of moet ik zeggen de hoop) wekkende dat de beschreven voorbeelden uiteindelijk zullen leiden naar de onherroepelijk conclusie dat mensen deugen. Ik begon het boek met de wil te geloven, maar geëindigde met de wil te twijfelen. Je kunt wel willen dat de meeste mensen deugen en daar allerlei circumstantial evidence bij zoeken, maar met het getoonde “bewijs” zal, tenzij deze van D66-huize komt, geen rechter genoegen nemen. 

De grootste teleurstelling van het boek is wat mij betreft het uitblijven van een bevredigend antwoord op de vraag hoe Auschwitz (lees = de Holocaust) heeft kunnen ont-/bestaan. Verder dan Kameradschaft en (te veel) empathie komt de schrijver niet. Na volledige lezing kan ik niet anders concluderen dan dat het boek niet meer is dan wishful thinking, Rutgers wil om (het) te geloven. 

Rutger richt, om zijn overtuiging te onderbouw, zijn pijlen op het ondergraven van de vrij algemeen aanvaarde Vernis-theorie. Deze theorie gaat ervan uit dat de mens van nature slecht c.q. egoïstisch is en diens eventuele goedheid slechts bestaat uit een flinterdun laagje beschaving. 

Niettemin was mijn interesse gewekt. Ter beoordeling van deze kwestie heb ik weinig meer dan mijn levenservaring en een stuk gezond verstand, eventueel aangevuld met de kennis uit alle boeken die ik heb verslonden en het internet. Het is niet veel, maar om koffiedik te kijken heb je aan één gebruikte filter voldoende. 

Laat ik vooraf stellen dat De Moderne Mens zichzelf, meer bepaald diens “superieur geachte denkvermogen” en diens daarmee bereikte “beschaving”, ernstig overschat. 

’s Mens gedragingen c.q. zijn keuzes, zijn in de “beschaafde” maatschappij, overwegend niet meer als zodanig te herkennen, maar allemaal zijn ze - direct of indirect - gericht op persoonlijk overleven. Denkt u hierbij gerust aan het hamsteren van o.a. wc-papier gedurende een pandemie. 

Uitgaand van een superieur geachte denkvermogen c.q. intelligentie, is het bedenkelijk dat De Moderne Mens zich nog immer laat leiden door zijn instinct en niet door dat denkvermogen/die intelligentie. Het enige dat De Mens heeft gedaan met zijn intelligentie is een maatschappelijk (sociaal, economisch, politiek enz.) construct in stand houden, om zijn overlevingskansen te vergroten, en noem dat in zijn ongeëvenaarde overschatting “beschaving”. ’s Mens denkvermogen is echter niet toereikend genoeg om te begrijpen dat De Mens zichzelf voor de gek houdt, omdat  ‘s Mens zogenaamd beredeneert handelen, uiteindelijk slechts het gevolg is van zijn oerinstinct, zijn overlevingsdrang.
Beschaving is tegelijkertijd een argument en een excuus om zich superieur te kunnen opstellen ten opzichte van “al het andere” en, afhankelijk van ‘s Mens verworven positie in die beschaving, ten opzichte van andere mensen. Tja, dat lijkt verdacht veel op de vernistheorie. 

Maar al die hartverwarmende voorbeelden dan, die Rutger in zijn boek aandraagt om de vernistheorie te ondergraven en daarmee het deugen van de mensen aan te tonen ? 

Dat zijn geen voorbeelden van deugen, dat zijn stuk voor stuk voorbeelden van menselijk oer-gedrag. Noem het primair of dierlijk, het is de instinctieve oer-vaardigheid om voors en tegens af te wegen, een kosten-batenanalyse te maken (als het nodig is in een split-second) om te bepalen wat voor ‘s Mens overleven het meest profijtelijk is. Dus ook instinctief aanvoelen wanneer het groepsbelang het beste is voor jouw overleving. Of zoals Sigrid Kaag het noemt; uit eigenbelang ook focussen op de coronabestrijding in Afrika.

Ondanks alle ontwikkelingen (“beschaving”) die De Mens heeft doorgemaakt, is hij nog immer een overlever en  gaat zoals alle levende organisme die slechts bezig zijn met overleven, als hij dit noodzakelijk acht, ook vandaag de dag, over lijken. Daar kun je van alles van vinden, maar niet alleen de (recente) geschiedenis, laat zien dat het gros van de menselijke individuen, dit nog immer accepteert. 

Wanneer u dit ontkent, komt dat mogelijk doordat u nog nooit ultiem getest bent of dat u uw ogen sluit voor “de offers” die buiten uw gezichtsveld tot meerder eer en glorie van uw “overleven” worden gebracht. 


De eerste individuen die we mensen noemen, de jager-verzamelaars, leefde (zeker in relatie tot hun zeer geringe aantal) in een tijd van overvloed. Onbeschaafd als ze mochten zijn, beseften zij dat conflicten vermeden diende te worden, omdat zij reeds begrepen dat een conflict je overlevingskans negatief beïnvloedt. Sterker nog, met een relatief klein aantal individuen, verdeelt over een enorm gebied, beseften zij vrijwel zeker dat je, al was het maar om inteelt tegen te gaan, juist goede relaties diende te onderhouden met andere groepen, zoals het ook voor het jagen op een mammoet prettig was om een beroep te kunnen doen op de groep van je schoonfamilie. Er was geen sprake van concurrentie, maar eerder van - incidentele – samenwerking op gebieden waarvoor dat wenselijk was. 

Door het nagenoeg ontbreken van (persoonlijk, zeldzaam en/of kostbaar) bezit en het ontbreken van de hebzucht een bepaald gedeelte van de aarde “te bezitten” - de grootste bron van conflicten in de maatschappij van “beschaafde” mensen - was er sowieso weinig reden om te concurreren.

Bezit, en met name dat van land, heeft vervolgens een grote wissel getrokken op de vreedzame samenwerking tussen de mensen, en dat begon toen De Mens boer werd. De akker vroeg permanente zorg en moest permanent worden beschermd tegen schadelijke invloeden van buitenaf, zoals de individuen die sinds mensheugenis leefde van wat er op hun pad kwam, of van dieren die er dezelfde voedingswijze op na houden. Er werd dus een huis naast de akker gebouwd en een hek om de akker en het concept eigendom was geboren. 

Met het hek om de akker sloot De Mens niet alleen anderen buiten, hij sloot tegelijkertijd zichzelf in, en beperkte daarmee voor het eerst (uit vrije wil) zijn eigen vrijheid, daar genoegen mee nemend om dat hij inschatte dat dit beter was voor zijn overlevingskansen. 

In eerste instantie leek het allemaal relatief goed te gaan. De Mens leerde bij en bleek in staat steeds hogere opbrengsten te genereren, zijn aantal nam toe. Er was meer grond nodig. Grond was er voorlopig genoeg, maar op enig moment bleek dat een andere groep daar inmiddels een hek omheen had gezet en dat die groep niet voornemens was dit zondermeer af te staan. De hebzucht was geboren. Er moest worden onderhandeld en als dit geen oplossing bracht greep De Mens uiteindelijk naar de wapens. Conflict en oorlog was geboren.

Met het succes van een groep - blijkbaar afgemeten aan zijn groeiende aantal overlevers -, groeide ook het geloof in eigen kunnen, in hun superioriteit, het concept groepsidentiteit was geboren. 

Bij iedere overwinning nam het aanzien en daarmee het bezit/rijkdom van de beslisser toe, en in zijn kielzog dat van zijn paladijnen. Met deze ongelijkheid groeide ook het favoritisme evenals praalzucht en jaloezie.

Een ander aspect van deze ontwikkeling was de (langzaam) toenemende kennis en kunde en trad specialisatie op. Je kan zeggen dat dit een positief effect had op het vergroten hiervan, maar tegelijkertijd werd hiermee de onderlinge/individuele afhankelijkheid vergroot, hetgeen voor persoonlijk overleven uiteraard geen voordeel is. Daarnaast ontstond er ongelijkheid binnen de groep, de opmaat naar klassenverschil. 
Beslissingen werden niet langer gemeenschappelijk (democratisch ?) genomen, terwijl tegelijkertijd de beslisser steeds verder van de rechtstreekse kennis over de te nemen beslissingen af kwam te staan, hetgeen incompetentie in de hand werkte. 

Zij die de macht hadden stelden regels in, onder het mom dat deze nodig waren om de steeds complexer wordende samenleving te reguleren. Deze regels beperkte niet alleen steeds meer de individuele vrijheid, maar consolideerde en vergrote tegelijkertijd de macht en de daarmee gepaard gaande voordelen van de beslissers. Overheersing en onderwerping, die in excessieve gevallen leidden tot machtswellust, onderdrukking, dictatuur en slavernij, waren geboren.

Maar toen was het klaarblijkelijk te laat om ‘s Mens waanzin terug te draaien. De Mens was sinds het opgeven van zijn zwervend bestaan nog nooit zo onvrij geweest, en had nog nooit zo hard en lang moeten werken, en spijtig genoeg zou dat de grofweg eerst komende 300.000 jaar niet beter worden. 

Schijnbaar wogen en wegen nog steeds de voordelen (ten aanzien van overleven) op tegen de toenemende nadelen. 

Schijnbaar ? 

De mens is niet geboren om een eenling te zijn, je bent doorgaans minder succesvol als het om overleven gaat. 
Tegelijkertijd is een eenling door zijn afwijkend gedrag een verstoring van de cohesie van de groep, hetgeen als een bedreiging van de overlevingskansen wordt gezien. Individualisme werd destijds net zo min op prijs gesteld als tegenwoordig. Als je wordt weggezet als buitenbeentje, egoïst, geen team-player, dan is dat (net als pesten) een oer-mechanisme aan het werk, de aandrang die de groep uitoefent op de eenling. Peer pressure (groepsdruk) is een van de grootste drijfveren van individuen voor “onbeschaafd” gedrag.
Dus je past je aan aan de groep en anders kon je vertrekken. Vast en zeker zal er hier en daar wel eens iemand zijn vertrokken, maar door dat voor je overleven onaantrekkelijke vooruitzicht, voegde het gros zich naar de mores van de groep en aldus lijkt ’s mens individuele vrijheid per definitie marginaal.
Ook op dit gebied is er in 300.000 jaar (nog) niets veranderd. 

Het is dus niet wonderbaarlijk dat zes jongens (die nagenoeg zonder enige persoonlijk bezit) op een onbewoond eiland aanspoelen - indien ze niet gemanipuleerd worden zoals gedurende de diverse gevangenis-projecten waarover Rutger schrijft - hun best doen gezamenlijk, harmonieus samenwerkend te overleven. Ze weten, of ze voelen aan, dat conflicten ieders individuele kans op overleven verkleinen.

In kleine groepen is de directe betrokkenheid van de groepsleden groot, het is niet moeilijk je te identificeren met (het doel van) de andere leden van de groep. Het groepsbelang en het eigenbelang zijn nagenoeg congruent, je weet waarvoor je het doet en uit solidariteit lever je je inspanning zonder morren, je verstoppen in de kudde is onmogelijk, maar tegelijkertijd is je invloed op (beslissingen van) de groep vele malen groter dan in grote groepen. 

Uit onderzoek zou blijken dat soldaten van tegengestelde legers elkaar niet graag doodschieten, terwijl dit ongeveer de meest primaire taak van een soldaat is. Dus waarom wordt je dan soldaat of lopen soldaten dan niet massaal weg voor de oorlog ? 
Omdat het gros van de groepsleden, vertrouwen heeft in de beslisser, en dat zij die dat niet per se hebben, zullen zwichten voor de groepsdruk, omdat je geen eenling wil zijn en omdat in onze beschaving een deserteur “slechte vooruitzichten” heeft. Kortom, afwijkend gedrag heeft een negatief effect op je overlevingskansen.
Hoe groter de groep, des te meer zullen de individuen zich gedragen als gnoes in een kudde; men vertrouwt voor het overleven op de grote van de groep, en neemt de incidentele slachtoffers aan de periferie van de kudde voor lief. Een strategie die uiteraard vooral voor de beslissers, die zich in het centrum van de kudde bevinden, veel voordelen biedt. De meest kwetsbare gnoes aan de rand van de kudde, hopen er het beste van, slechts gedreven door de wetenschap dat zijn overlevingskansen als eenling buiten de kudden vele malen kleiner is. 

Opmerkelijk is overigens dat in tegenstelling tot bij de mensen - daar zal hun beschaving debet aan zijn -, een gevecht tussen rivaliserende troepen dieren doorgaans wordt uitgevochten door de beslissers zelf en niet door de groepsleden en verder dat een dergelijk gevecht op enige moment wordt afgebroken, om dat een van de partijen het hoofd buigt, voordat dat er dodelijke slachtoffers vallen.

Duitsland wordt na de Eerste Wereldoorlog, door Frankrijk, Engeland en de VS, gedwongen tot enorme herstelbetalingen en komt daardoor, eigen schuld of niet, steeds dieper in de economische ellende. Daaroverheen komt, als gevolg van een verzadigde markt (dat zou toen al te denken hebben moeten geven…), de beurskrach van 1929. Iedere Duitser zal zich in die tijd waarschijnlijk serieus grote vragen hebben gesteld over zijn overlevingskansen. 30% van de Duitsers was werkeloos. 
Vervolgens komt er een meneer die de oplossingen voor alle problemen schijnt te hebben. In drie jaar tijd (mede door het aantrekken van de wereldeconomie, maar welke Duitser maalde daarom ?) zakt de werkeloosheid naar 7%. 
De hoop keert terug, overlevingskansen stijgen, je groep krijgt weer enig aanzien, het zelfvertrouwen groeit en wanneer je door manipulatie wat extra solidariteit kweekt, ben je al snel een gevierde beslisser. 
Vervolgens bezet de beslisser in kwestie, zonder slag of stoot en zonder dat buur-beslissers daar (uit eigenbelang !) een serieus stokje voor wensen te steken, diverse landen; het geloof in de eigen groep is geboren.

In de groeiende euforie, door verwijzing naar de schande van het verlies in ‘14-‘18 en de economische ellende nog voelbaar aan de broeksband, is het niet lastig om je groep enthousiast te maken voor het uitdelen van een flinke klap om daarmee het gedeelten aarde terug te nemen dat men als diens eigendom beschouwt. 
De snelle eerste successen versterkten in Duitsland de overtuiging dat men deel uitmaakte van iets groots. Oppositie werd zonder pardon, systematisch uit de weg geruimd en tegelijkertijd steeg het gevoel van superioriteit bij “de winnaars” tot bovenmenselijke hoogten. In een dergelijke overwinningsroes die zich uitspreidde over het hele land, acht De Mens zich onaanraakbaarheid en blijkt hij - tot meerder eer en glorie van de eigen groep -, tot genocide in staat.

De allerlaatste Duitse herstelbetaling als gevolg van WO I (één) vond overigens plaats in 2010…


Hoe complexer de samenlevingen, des te meer maakt zelfstandigheid plaats voor afhankelijkheid. Individualisme verdwijnt en een (onvoorwaardelijk ?) geloof in het beleid van de beslisser(s) omdat geen enkel individu (beslissers incluis) de ontstane mechanismes nog volledig kan doorgronden/begrijpt, groeit. Het idee dat het inleveren van de individuele vrijheid (vrijwillige onderwerping), een voorwaarde is voor je overleving blijkt voor steeds meer individuen acceptabel; als een gnoe in de kudde, kan men de eigen verantwoordelijkheid voor het overleven afschuiven, overlaten aan de beslissers, die deze met graagte accepteren.

Individuen sluiten zich – iedere verkiezing opnieuw - aan bij de (vermoedelijke) winnaars van het moment, om hun overlevingskansen optimaal te houden, ook als zij hiervoor hun gedrag moet aanpassen. Niets dierlijks is De Mens vreemd. De Mens wisselt indien het overleven dat verlangt, nog sneller van mening dan van ondergoed en staat, Rutger Bregmans vurige pleidooi ten spijt, diametraal tegenover de door hem zo innig gewenste Homo Puppy.

Wanneer je neerstort in de Andes, en je staat voor de keuze om dood te gaan of te overleven, dan kiest De Mens ervoor om zijn urine te drinken en dode medepassagiers op te eten. Daar mag u alles van vinden, of noemen zoals u wilt; menselijk of dierlijk, ik noem dat puur en rauw opportunisme, overlevingsdrang in optima forma !

Dat wat we met zijn alle “beschaving” noemen is geen vernis, beschaving is slechts de onuitgesproken afspraak om ’s mens onbeschaafdheid te ontkennen of ten minste niet hardop uit te spreken. 

De conclusie is evident; wij zijn de Homo Opportunistic, en dat tot in de diepste diepte van ons DNA.
En dat zal, zolang ons instinct het blijft winnen onze beperkte intelligentie, nooit veranderen, want ‘s Mens onbeschaafdheid ten behoeve van zijn overleven is door diens verworven denkvermogen niet verdrongen, maar slechts opportunistisch verfijnt. 






zondag 16 februari 2020

De Moorkop en andere zelfhaat of, hoe emotie de ratio probeert te verdringen.

Minderheden (in binnen- en buitenland) die zeggen zwaar gebukt te gaan onder een emotionele belasting, vinden steeds vaker dat dit zwaarder weegt dan de democratische ratio. Aansluitend hierop, zijn er mensen die vinden dat we aan die behoefte wel kunnen toegeven, want waar gaat het nou helemaal om ? Zwartepiet een veegpiet, een Moorkop een chocoladebol, een Negerzoen een schuimzoen, een Kerk een moskee, wat maakt het uit ? 

Terwijl in Frankrijk al verscheidene jaren wordt debatteert over l’identité Française, wordt je in Nederland, als je praat over de Nederlandse Identiteit, wanneer je niet wordt genegeerd of uitgelachen, al snel weggezet als nationalist, vrijwel direct gevolgd door de inmiddels bijna standaard geopperde parallellen met de tweede wereldoorlog. 
Als er al iemand serieus reageert op de opmerking, dat aan alle kanten de Nederlandse identiteit wordt uitgegumd, is de geheide vraag; wat is dan die Nederlandse Identiteit ? 

Het is flauw om te antwoorden, dat je geen Nederlander bent, wanneer je deze vraag stelt. Evengoed is het ietwat onnozel deze vraag te stellen, omdat de Nederlandse of Franse of om het even welke identiteit, niet met een schaartje is te knippen. Het is als een verliefdheid, een gevoel, een emotionele reactie, vaak irrationeel en primitief. Je thuis voelen in je eigen huis, met je eigen spulletjes om je heen, veilig en beschermd, lekker achterover op de bank, met je voeten op de tafel, zo voel je je ook thuis in je land. 
In het geval van Nederland was dat, een land met molens langs het water van weilanden met koeien of paarden, ingeklemd tussen de drukke maar gezellige en veilige steden, het land van moorkoppen, van nog steeds blijven uitzien naar een Elfstedentocht zo snel als er maar een nachtvorstje wordt aangekondigd en van oranje straten als we winnen.

Zeker, de maatschappij verandert constant, al vanaf de eerste dag der mensheid. Echter, in plaats van het aanvankelijke en immer organische, derhalve trage en langdurige, evolueren van de maatschappij, worden we nu geconfronteerd met de aan ons - door allerlei internationale verdragen – opgedrongen aanhoudende stroom van hervormingen, waarvan de resultaten c.q. consequenties in steeds grotere mate een aanslag blijken te doen op de tolerantie en het pragmatisme van de Nederlander, voornamelijk omdat door deze hervormingen, het Nederland waar zij hun identiteit aan ontlenen, in sneltreinvaart onherkenbaar wordt.  

Er zijn individuen, groeperingen, NGO’s, opiniemakers c.q. “financiële beïnvloeders” die proberen te profiteren van dit momentum, gevolgd door sociaalbewogen – stay woke [1]- medemensen waaronder (egotistische ?) politici die, onze democratie ten spijt, vinden dat “iets” veranderen of weg moet, omdat de een of andere minderheid dat “iets” emotioneel te belastend vindt. 

Dit gaat regelmatig gepaard met een schrikbarende zelfhaat die wordt aangewakkerd via de media, die de onzekere burger een schuldgevoel aangepraat, dat in deze zelfhaat een vruchtbare bodem vindt. Het is de schuld van iedere man dat er vrouwen worden gediscrimineerd, het is de schuld van iedere hetero dat er homo’s worden gediscrimineerd en het is de schuld van iedere blanke dat er zwarten worden gediscrimineerd ! Zie daar het narratief van ‘de deugers’ ter lediging van hun schuldgevoel[2].

Het proces van zelfhaat is opmerkelijk, al was het maar vanwege de schijnbare tegenstelling. Volgens psychologen begint zelfhaat met de weigering zichzelf te waarderen, uit angst genegeerd te worden door de omgeving, omdat de omgeving jou als (te) zelfverzekerd en zelfredzaam zou zien, terwijl je tegelijkertijd op zoek bent naar “het intense gevoel van grootheid”; notice me !
Het vertonen van infantiel gedrag door deze mensen, is volgens psychologen niet zeldzaam. Infantiel gedrag dat gekopieerd wordt door mensen die zichzelf presenteren als sociaal bewogen en betrokken, en in de meeste gevallen, behalve hun wil ook opgemerkt te worden, niets anders met de gesteunde groep of persoon gemeen hebben dan hun al even onberedeneerbare als onverdedigbare mening, die niet op ratio maar slechts op emotie is gebaseerd.
Doof voor tegenspraak, een volledige opoffering van de eigen ik, in het verlangen zich zoveel mogelijk te identificeren met de minderheid, dat in het geval van het schuldgevoel van actrice Rosanna Arquette zover gaat, dat zij zich publiekelijk excuseert voor haar blank zijn en haar bevoorrechte positie ?![3]

Klaarblijkelijk beperkt door een gelimiteerd wereldbeeld en gespeend van historisch besef, pleiten deze zich activisten noemende mensen “omdat het niet uitmaakt” er voor dat de Moorkop moet wijken, of dat de islam ongebreideld mag uitbreiden, of dat er excuses moeten worden aangeboden door mensen die niets met de slavernij van doen hebben gehad, aan mensen die nooit slaaf zijn geweest, of dat blank geen blank meer mag zijn, dat er een derde wc moet komen voor mensen in geestelijke nood omdat ze nog niet weten of ze liever een vagina of een penis hebben, of dat vrouwen die wel het glazen plafond hebben doorbroken maar bij ‘de verkeerde politieke partij’ zijn aangesloten, geen echte feministen zijn, of dat Boomers niets bijdragen aan de maatschappij en alleen lastig zijn en geld kosten en niets te maken hebben met de strijd en de opoffering om de relatief recente verkregen vrijheid en dito welvaart van het huidige Westen, waarvan juist deze activisten nu profiteren, mogelijk te maken. 
Het getuigt van een enorme ignorantie, te denken dat die vrijheid (en welvaart) zonder slag of stoot is bereikt en dat juist vanuit die kostbare vrijheid de democratie nu opzij geschoven kan worden, om aan dergelijke emotionele dwingelandij tegemoet te komen. 
Schrijnender nog is, dat een scala van politici in o.a. Den Haag, Brussel, Berlijn en Parijs en enkele andere Europese hoofdsteden, eenzelfde activistisch gedrag vertonen, waardoor de democratie inmiddels ook vanbinnen uitgehold wordt. 

De periode dat er nog geen sprake was van onze huidige vrijheid (en welvaart) ligt voor deze activisten en activistische politici, die overwegend te jong zijn om voor deze vrijheid (en welvaart) te hebben hoeven vechten, blijkbaar te ver in het verleden om zich te realiseren dat onze democratie, onze vrijheid en onze welvaart geen vanzelfsprekendheden zijn, dat nooit waren, en wanneer wij toegeven aan de zelfhaat en het schuldgevoel van de sociaal geëmotioneerde politici en activisten, dat in de (zeer) nabije toekomst zeer waarschijnlijk ook niet meer zullen zijn.






[1] Letterlijk wakker blijven. Sinds de reactie van de Black Lives Matter-beweging, op de moord op Michael Brown in Ferguson, Missouri in 2014, is stay woke het motto van activisten. 
[2] “Schuldgevoel is een gemoedstoestand die men zichzelf oplegt.” https://nl.wikipedia.org/wiki/Schuldgevoel
[3] https://nl.metrotime.be/2019/08/09/must-read/blanke-pulp-fiction-actrice-excuseert-zich-voor-haar-huidskleur/

zondag 2 februari 2020

Brexit II


Voor de laatste keer hebben de Britten de deur in Brussel achter zich dichtgeslagen. De reactie van de achterblijvers en dan die van mevrouw Mairead McGuinness de voorzitter in het bijzonder, was opmerkelijk. Sore losers. 

Er is door de Brexit een cruciaal blokje uit de Brusselse Jenga-toren verdwenen. Een enkel blokje zal de toren niet doen omvallen, zal u zeggen. Niettemin is hiermee de instabiliteit en de verdeeldheid binnen de ‘unie’ vergroot. Of het algehele categorische ontkenning is geweest of het misplaatste vertrouwen voldoende vrees te hebben aangejaagd om de Britten op hun besluit te laten terugkomen, zullen we misschien nooit weten, punt is wel dat het voldongen feit een groot spectrum van reacties - in Brussel en andere Europese hoofdsteden - heeft losgemaakt, dat op flagrante wijze, het compleet gebrek aan consensus over hoe er met de Brexit dient te worden omgegaan, duidelijk maakt. 

Brullende beroepspolitici zonder enig economisch inzicht, maar niet minder machtswellustig, maken duidelijk dat ze het Verenigd Koninkrijk wel even een lesje zullen leren in de komende onderhandelingen. Met name voorzitter Charles Michel van de Europese Raad, liet daarover - schijnbaar met volledige instemming van EU-voorzitter Ursula von der Leyen - geen twijfel bestaan. Een opmerkelijke opstelling als de onderhandelingen nog moeten beginnen; alsof de EU-consumenten plots niet meer zitten te wachten op de Britse goederen en diensten en de EU niets meer naar het VK heeft te exporteren.
De Ode an die Freude-zangers, dromen rustig door, over hoe ze de stoeltjes warmhoudend, in de overtuiging dat de Britten straks alsnog het licht gaan zien.
De realisten, zoals Donald Tusk, die beargumenteert opperen dat dit pas de eerste dominosteen zou kunnen zijn, komen nauwelijks aan het woord of worden weg-gebagatelliseerd.

In Nederland laat Mark Rutte zoals gebruikelijk bij EU-kwesties zijn Januskop zien. De spagaat van Mark Rutte gedurende zijn persconferentie na de ministerraad op BrexitDay was tenenkrommend, en het gezapige ‘journaille’ - verdient het die naam nog wel ?- liet dat allemaal kritiekloos gebeuren.

Nederlands belastinggeld gaat naar economisch zwakke EU-landen, zodat deze landen Nederlandse exportproducten kunnen kopen. Denk daar eens over na Nederlandse burger. Met uw belastinggeld, financiert u uw eigen arbeidsplaats, zolang uw werkgever de winst kan afromen. Mark zegt dat pragmatische Nederlanders dat wel begrijpen…

Volgens Mark levert de immigratie een spanningsveld op tussen de ontvangende Zuidelijke en de Noordelijke EU-landen, omdat de zuidelijke landen bang zijn dat ze met die mensen waarvan ten minste 85% direct terug kan, blijven zitten. Is er dan één EU-land dat wel zit te wachten op die 85% ? Volgens Mark gaat het alleen maar mis omdat de zuidelijke EU-landen niet goed registreren…

Blijkbaar zitten er in Brussel te veel mensen Ode an die Freude te zingen, in plaats van te werken voor de Europese burgers. Hoe kan het anders dat al jarenlang bestaande problemen niet/nooit worden opgelost, geld lijken ze in Brussel nooit te kort te komen ? 

Omdat de EU hiertoe niet in staat is !

Ondanks de wil van hen die de EU als een politieke unie willen zien, kan daar ook geen sprake van zijn. De EU zou zonder een EU-grondwet helemaal niet mogen regeren c.q. beslissen over politieke kwesties. Dat zij dat wel doet komt alleen doordat de ondemocratische EU-constructie door de nationale regeringsleiders wordt gedoogt. Er wordt geregeerd op basis van internationale verdragen, niet op basis van een grondwet. Om de EU-burgers tevreden te houden, wordt het quasi democratisch gehalte in stand gehouden door Europese verkiezingen. En dan nog ! Met maar 26 Nederlandse zetels - die ook nog eens zijn verdeeld over PvdA 6, VVD 4 + D66 2, CDA 4 + CU 1 + 50PLUS 1, FVD 3 + SGP 1, GL 3 en PvdD 1 - van een totaal van 751 (nog geen 3,5% van de zetels !!)  is de invloed van Nederland in dit parlement minder dan marginaal. 

Na het NEE van de Fransen en de Nederlanders (en vergeet de Denen niet) ten aanzien van een Europese grondwet, zijn de referenda in andere landen uitgesteld, om nooit meer te worden gehouden. Een verdrag van Lissabon kwam daarvoor in de plaats, volgens Mark Rutte het Ei van Columbus; als je niet meer wil, kan je eruit. 

Hoe dat “kan je eruit” verloopt moet je eens aan de Britten vragen. En dan zijn ze nog niet klaar. 
Volgens Rutte moet een en ander nog worden uit-onderhandeld en is één jaar om dat te doen. Hij vindt dat weinig tijd, zeker omdat de Britten, zo schamperde hij, “druk bezig zijn met de voorbereidingen van een Brexit-feestje”. 
Mark schijnt te vergeten dat zijn vriend van de Belgische “VVD” in plaats van serieus de Brexit voor te bereiden, al drie jaar met zijn stuurgroep op kosten van de Europese belastingbetaler rode wijn zit te slempen.

De EU heeft niets geleerd van haar eigen beleid, noch van de Brexit. Een Verenigd Europa, gedwongen door kanonnen of door gedwongen door wetten, is een utopie. De grote verschillen in mentaliteit, identiteit, zeden en gebruiken - en dan praten we niet eens over soevereiniteit - van de verschillende Europese volken, soms - zoals met de Vlamingen en de Walen - zelfs binnen landsgrenzen, maken dat onmogelijk, zoals (daarmee samenhangend) de opgedrongen diversiteit/integratie ten aanzien van de aanzienlijke stroom immigranten onmogelijk is. 
Wanneer de EU niets meer zou zijn willen zijn dan een economische unie, zou er nog wel toekomst zijn geweest, ook al is er op dat gebied nog heel veel te regelen. Heeft u al eens een auto ge- of verkocht van/aan iemand in een ander EU-land ? Er is nog immer sprake van importeren. De EU is een economische unie, maar slechts voor bedrijven, niet voor de burgers. 

De EU, of nee, beter gezegd, Nederland, Frankrijk en Denenmarken moeten straks met het VK gaan onderhandelen, over bijvoorbeeld de visserij, want met het vertrek van de Britten, wordt het visgebied van de EU een gevoelig stuk kleiner. Of zij dat, gezien de nationale belangen, samendoen of ieder voor zich, weet ik niet. Maar als Rutte op zijn persconferentie zegt dat hier ook door de EU concessies moeten worden gedaan, maar dat andere EU-landen, zoals bijvoorbeeld Spanje dat geen direct baat heeft bij deze onderhandelingen, dit wel snappen, dan zijn de Nederlandse vissers daar waarschijnlijk veel minder gerust op. Die denken waarschijnlijk terug aan de door de EU gedwongen stopzetting van de puls-visserij – relatief kort nadat zij daarin grote investeringen hadden gedaan – omdat Frankrijk dat verlangde. 

Een illustratie. Denemarken stapte op 10 augustus 1961 in de EEG om hun agrarische export met het VK veilig te stellen. Dat was precies één dag nadat het VK was toegetreden tot de EEG. Vandaag is het aandeel van hun agrarische export als percentage van hun totale export sterk afgenomen. Hun directe buren, Zweden en Duitsland zijn hun grootste exportpartners, met op de plaatsen 3, 4 en 5; het ex-EU-land het VK, niet EU-land Noorwegen en de VS. Hoeveel van hun eigen belang zal Denemarken (zonder EU-dwang) hiervoor, ten gunste van Frankrijk en Nederland willen opgeven ? Als dat in hun ogen teveel wordt, is een Dexit niet langer ondenkbaar. 

Er is sinds 1958 toen de EEG (de voorloper van de EU) werd opgericht nog nooit werk gemaakt van een Europese financiële harmonisatie ten aanzien van minimumloon, van belastingen, belastingschalen, van pensioenen, pensioenleeftijden of pensioenstelsels, van (werkeloosheids-)uitkeringen, subsidies, toeslagen of tegemoetkomingen en dergelijke, en dat is even opmerkelijk als onvoorstelbaar. 
Het instellen van een gemeenschappelijke Europese munt, zonder een gemeenschappelijk Europees economisch en financieel beleid is je reinste onzin, en toch laten de EU-landen, die menen dat ze zonder de EU economisch redeloos verloren zijn, zich wijsmaken dat de onbegrijpelijke monetaire politiek van de ECB in ieders belang is ?!
Pragmatische Nederlanders of niet, het is onbegrijpelijk dat er iemand nog enig geloof heeft in de mythe van de EU.

Alles wat meer is dan economische samenwerking op Europese schaal, is gedoemd te mislukken. De EU ligt in coma, en wordt slechts met een miljarden kostend infuus inleven gehouden. Het wordt tijd om de stekker eruit te trekken, want de EU heeft geen toekomst. De komende tijd zal dat steeds duidelijker worden. 
Enerzijds omdat steeds meer mensen de ware aard van de EU doorzien en anderzijds doordat de meningen in de groep EU-adepten zullen gaan polariseren. Van de EU-adepten zal een deel gaan pleiten voor volledige overgave aan Brussel, het verdwijnen van nationale soevereiniteit. Het andere deel zal gaan pleiten voor een terugkeer naar een economische unie. Deze standpunten zullen uiteindelijk onverenigbaar blijken.

Niet alleen Mark Rutte heeft last van de Europese spagaat, de last die alle nationale regeringsleiders dragen, omdat zij allemaal met hetzelfde dilemma zitten opgescheept. Allemaal moeten zij in Brussel vriendelijk lachend het idee van samenwerking hooghouden, en dat iedereen daarvan profiteert. Thuis echter moeten zij uitleggen dat er weer geld bij moet. Veel burgers van de EU-landen zijn om allerlei onheuse redenen bang van een Nexit, van het idee dat de EU ophoudt te bestaan. Geïntimideerd door een financiële onheils boodschap - die lijkt op de boodschap uit 2009, de keer dat de burgers de banken moest redden, omdat zij anders hun met veel moeite bij elkaar gespaarde banktegoed zouden kwijtraken - houden zij vast aan de reling van de EU-Titanic die zijn noodlot tegemoet vaart. 

Het zal even slikken zijn voor de realisatie, maar het enige dat Europeanen gemeen hebben, is de naam van het werelddeel waarin hun land ligt, de EU is in het gunstigste geval slechts een eufemisme voor een economische koude vrede, onder het motto; Iedere natie voor zich en Brussel voor de bühne.